Rechtbank Amsterdam 20 mei 2009 (overdracht naburige rechten), LJN BI5180

De vraag is wie de exploitatierechten als bedoeld in artikel 2 Wnr toekomen, de artiest A of platenmaatschappij Sony BMG.
De overeenkomsten uit 1978, 1985 en 1992 zijn tot stand gekomen vóór de inwerkingtreding van de Wnr (1 juli 1993). A genoot naar Nederlands recht ten tijde van de totstandkoming van die overeenkomsten derhalve geen bescherming van naburige rechten. Omdat A bij de totstandkoming van de overeenkomsten geen uitsluitende naburige rechten toekwamen, moet er naar het oordeel van de rechtbank van worden uitgegaan dat [A] met die overeenkomsten geen naburige rechten heeft overgedragen.

De rechtbank acht niet verdedigbaar dat de nieuw verkregen naburige rechten toekomen aan degene die het auteursrecht toekomt, omdat in dat geval de nieuwe rechten als een soort afgeleide in het vermogen vallen van de eigenaar van het auteursrecht (dat dan als ‘moederrecht’ heeft te gelden). Naburige rechten zijn moeilijk als een afgeleide van het auteursrecht te zien.
Op de in 1996 gesloten overeenkomst is de Wnr van toepassing. Blijkens artikel 9 Wnr geschiedt de levering, vereist voor een gehele of gedeeltelijke overdracht, door een daartoe bestemde akte. De overdracht omvat alleen die bevoegdheden waarvan dit in de akte is vermeld, of uit de aard of strekking van de titel noodzakelijk voortvloeit. De overeenkomst uit 1996 geeft geen blijk van een overdracht van naburige rechten.

De Wnr kent geen bepaling die ziet op de gevolgen van de inwerkingtreding van de Wnr met betrekking tot vóór 1 juli 1993 tot stand gekomen overeenkomsten. Naar het oordeel van de rechtbank dient er daarom bij het ontbreken van een regeling op dit punt van te worden uitgegaan dat de Wnr de door Sony vóór 1 juli 1993 verworven exploitatierechten onverlet laat en niet op genoemde overeenkomsten inbreekt.
Met de overeenkomsten uit 1978, 1985 en 1992 is een onbeperkte en exclusieve licentie beoogd. Blijkens het bepaalde (...) is duidelijk dat die licentie het Sony BMG mogelijk moet maken de uitvoeringen van A op welke toekomstig bekende wijze dan ook te exploiteren. De rechtbank wijst in dit verband bijvoorbeeld op de omschrijving van “Records” en “Phonograph Records”, waaronder worden verstaan “all forms of reproductions, now or hereafter known, manufactured or distributed”. Ook de distributie via het internet valt onder deze ruime omschrijving.